Nieuws

8 maart 2021

Mijn herstelverhaal

Mijn herstel startte al in de maanden na mijn geboorte. Nadat ik drie maanden prematuur geboren ben, kreeg ik een paar dagen na mijn geboorte een zware hersenbloeding. De gevolgen van deze vroeggeboorte en hersenbloeding waren aanvankelijk ingrijpend. Ik heb maanden in het UMC in Maastricht doorgebracht, kreeg al in de couveuse fysiotherapie en ben vervolgens vanaf mijn thuiskomst op eerste kerstdag 1991 bezig geweest met herstellen van de gevolgen.
In Sittard, waar ik destijds woonde, heb ik bijvoorbeeld leren lopen met een looprekje. Ik kon zelfstandig lopen toen ik bijna vier was.

We – mijn ouders, ik en mijn jongere broer – zijn in 1995 naar Heerenveen in Friesland verhuisd. Wat mij veel vrijheid gaf is fietsen. Het frappante is dat lopen me veel moeite kostte gedurende de eerste jaren van mijn leven, maar fietsen pikte ik sneller op. Toen ik zes was ben ik voor het eerst van Heerenveen naar Bolsward gefietst. Mijn vader heeft me grotendeels geduwd, maar terugblikkend is dit een moment in mijn leven geweest dat ik een fysieke omslag heb gemaakt.
Vanuit Heerenveen ben ik drie jaar in een busje heen en weer gereden naar een IOBK (in ontwikkeling bedreigde kleuters) school in Drachten. Op deze school had ik een goede vriend: Gregor, uit Macedonië. Toen na drie jaar bleek dat ik gebaat zou zijn bij Mytyl onderwijs in combinatie met intensieve revalidatie, zijn we met ons gezin naar Beetsterzwaag verhuisd. Daar heb ik gewoond tot ik in Groningen aan de universiteit ging studeren in 2011. Ik volgde onderwijs aan school Lyndensteyn in Beetsterzwaag en volgde allerlei therapieën – bij fysiotherapeuten, logopedisten, ergotherapeuten en psychotherapeuten – bij Revalidatie Friesland. Een bijzonder moment in mijn ontwikkeling dat nog altijd belangrijk voor me is, was het moment dat ik leerde eten met mes en vork en van een bord waar geen plastic rand omheen zat. En het moment dat ik een gewone kaasschaaf kon gebruiken en niet meer de kaasschaaf met een handvat dat haaks op de schaaf staat. Een ergonomische nagelknipper heb ik nog altijd nodig.

De eerste keer dat ik met een serieuze depressieve episode te maken kreeg was in 2004. Ik raakte langzaamaan in de puberteit en ik kreeg steeds meer het idee dat ik ‘normaal’ wilde zijn. Ik wist niet wat normaal inhield. Ik wist slechts dat ik beperkingen had die ik niet wilde hebben. Ik raakte geestelijk in de knoop van mijn fysieke beperkingen. De opkomende hormonen en puberteit hielpen vast niet. Ik kreeg een antidepressivum. Eén van de bijwerkingen van dit middel was bedplassen en ik kwam ervan aan. Deze bijwerkingen hadden een verergerend effect op mijn onzekerheid en depressieve gevoelens. Ik was een tijd suïcidaal en volgde therapie voor mijn depressie. Ik ben eruit gekomen door ‘gewoon’ te stoppen met de pillen en door hard te lopen met mijn vader. In deze tijd had ik bovendien een au pair: Anne-Karin uit Noorwegen. Zij was semi-professioneel voetballer en heeft vele uren gewerkt aan mijn traptechniek en dus ook aan mijn motoriek. Deze fysieke uitdaging heeft een groot positief effect gehad op mijn mentale gezondheid. Het was een cruciaal omslag moment. In deze periode was ik ook in behandeling bij een fysiotherapeut die adviseerde een fiets met handremmen te nemen, zodat ik kon remmen met mijn handen en mijn voeten op tijd aan de grond kon zetten. Hierdoor kon ik mijn evenwicht veel beter bewaren en viel ik veel minder vaak, waardoor ik het ziekenhuis ook minder vaak van binnen zag.
De hoogtepunten op school Lyndensteyn waren de jaarlijkse feestdag – Corneliadag- met sportactiviteiten gesponsord door de Johan Cruyff foundation en de skireizen tussen 2004 en 2006, gesponsord door dezelfde foundation. Ook leren skiën heeft veel voor me betekend.
In 2006 werd het onderwijs op Lyndensteyn ‘te makkelijk’, het curriculum was in ieder geval voor mij niet meer voldoende uitdagend. Ik vertrok dus van Lyndensteyn naar het Drachtster Lyceum, onderdeel van de openbare scholengemeenschap Singelland in Drachten. Ik had in het voorgaande jaar extra vakken gevolgd om in te kunnen stromen in een Havo 3 klas.

Ik was op school Lyndensteyn hele kleine klassen gewend was, vaak niet meer dan zes tot acht kinderen. Op het Drachtster Lyceum waren de klassen 25 tot 30 mensen groot. Verder moest ik tussen de lessen door van lokaal wisselen, in plaats van een docent die naar ons toekwam. Het was dus wennen. Het eerste half jaar was zwaar met veel depressieve gedachten en gevoelens. Ik werd ook gepest. Na een vechtpartij met mijn pestkop hield dat gelukkig op. Maar ik had geen vrienden en dat maakte iedere schooldag opnieuw een uitdaging. Bovendien had ik ook thuis geen vrienden. Terugkijkend had ik tussen 2005 en 2011 geen echte vrienden. Het eerste contact dat ik maakte was dat met een jongen met wie ik aan de praat raakte over onze gedeelde fascinatie met historische folterwerktuigen. Hij was één van de twee jongens met wie ik tijdens de lessen optrok. Meer was er niet, maar dit was beter dan niets.

Nadat ik gewend raakte aan de nieuwe school was ik behoorlijk succesvol. Zo succesvol, dat ik besloot om na de Havo het Atheneum te gaan doen. En zo had ik in 2011 twee middelbareschooldiploma’s op zak, de Havo en het VWO. In hetzelfde jaar ging ik studeren en op kamers wonen in Groningen. Ik was toen bijna 20. Ook studeren was aanvankelijk zwaar. Ik heb de eerste twee jaar van mijn studie wel vrienden kunnen maken, met wie ik ook uitging. In het tweede jaar raakte ik echter weer depressief, omdat mijn studie niet goed ging. En omdat ik weer depressief was, vervreemdde ik van de vrienden die ik gemaakt had. Ik bleef steeds meer thuis, omdat ik daar veiligheid voelde, tot ik mijn kamer helemaal niet meer verliet.

In 2014 kreeg ik nieuwe diagnose: Asperger. Mijn moeder heeft wel eens gezegd dat deze diagnose niet klopt. Ik heb NLD (non-verbal learning disability), een neurologische aandoening die op onderdelen raakvlakken heeft met Asperger. Na deze diagnose heb ik een jaar lang een therapiegroep bezocht bij Lentis in Drachten. Daar heb ik een vrouw leren kennen – Wendy – die sindsdien één van mijn beste vriendinnen is. Met haar ben ik begonnen met het bezoeken van een contactborrel voor mensen met autisme, Iets Drinken. Later hebben zich andere mensen aangesloten en sindsdien maak ik deel uit van een hechte vriendengroep. Ook diagnose Asperger en vooral de mensen die ik als gevolg van de diagnose heb leren kennen zijn een belangrijke waterscheiding in mijn leven geweest. Sindsdien zit ik beter in mijn vel. In 2016 ben ik erin geslaagd om een bachelor en vervolgens zelfs een mastergeschiedenis af te ronden. Geschiedenis is mijn passie en ik werk nu met veel plezier als vrijwilliger in het Noordelijk Scheepvaartmuseum in Groningen.

Vanaf oktober 2017 heb ik een jaar lang een opleiding tot personal trainer gevolgd. Ik heb het beginners en het gevorderde certificaat gehaald. Ik beschouw deze opleiding tot personal trainer achteraf als een bonusjaar revalideren. Het heeft me in mijn herstel veel gebracht, ook al kreeg ik bij de uitreiking van de certificaten de opmerking dat werken met groepen niet mijn sterke kant is. Neemt niet weg dat ik sindsdien een aantal dagen in de week als personal trainer heb gewerkt.
In 2018 ben ik begonnen met een twee-jarige Asociate Degree aan de Hanzehogeschool. Ik heb tijdens deze opleiding twee jaar als stagiair gewerkt bij de zorg- en welzijnsorganisatie MJD. Daar heb ik o.a. een workshop ontwikkeld en gegeven over de gevolgen van hersenschade en hoe hier eventueel mee om te gaan. Deze workshops gaf ik voor (ouders van) kinderen met hersenschade. Een belangrijk advies lijkt dat empathie minder belangrijk is dan je kind praktische handvaten geven om zijn leven te kunnen lijden. Je kind wil zelf zijn veter kunnen strikken, in plaats van dat zijn moeder dat doet om hem frustratie te besparen. Hoe gefrustreerder je raakt van niet zelf je veters kunnen strikken, des te beter voelt het als het je wel lukt. Kortom ik vind dat mijn leven op dit moment ‘goed genoeg’ is en toch blijf ik streven naar wat nog beter kan. Niet uit frustratie, maar omdat ontwikkelen bij me past.

Marten Ketelaar
September 2020